Stookinstallaties: beperking van de emissies van verontreinigende stoffen

Door BE LB
02 maart 2018
Stookinstallaties: beperking van de emissies van verontreinigende stoffen
Leefmilieu Brussel
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de luchtvervuiling hoofdzakelijk afkomstig van de verwarmingsinstallaties, autoverkeer en een aantal onduidelijke bronnen.

Om de gezondheid van zijn inwoners en het milieu te beschermen, wil het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de emissies van verontreinigende stoffen in de lucht verminderen. Om die doelstelling te bereiken, is één van de acties die het Gewest het gewest onderneemt het vastleggen van regels om de emissies van koolstofmonoxide (CO), stikstofoxiden (NO), zwaveldioxide (SO2) en stof die door stookinstallaties zoals verwarmingsketels, motoren (warmtekrachtkoppelinginfo-icon en noodgroepen) en turbines voortgebracht worden, te monitoren en te beperken.

Het gewest zorgt voor de omzetting van de Richtlijn van het Europees Parlement en van de Raad van 25 november 2015 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties. De informatie in deze rubriek verklaart de bepalingen van het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18 januari 2018 betreffende de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties.

In de praktijk gaat het om stookinstallaties die in volgende sectoren gebruikt worden:

  • Elektriciteitsproductie, bijvoorbeeld noodgroepen en installaties voor warmtekrachtkoppeling;
  • Verwarmingssystemen bijvoorbeeld voor flatgebouwen, scholen, universiteiten, ziekenhuizen, kantoren, industriële en andere vestigingen;
  • Productie van warmte of stoom voor industriële doeleinden.

Installaties waarop de emissiegrenswaarden betrekking heeft

De bestaande of nieuwe stookinstallaties met een nominaal ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 1 MW en kleiner dan 50 MW, hoofdzakelijk: