FAQ: Het K-peil

Door steven uzar
21 mei 2015
FAQ: Het K-peil
Vlaamse Confederatie Bouw
Het K-peil geef het maximale peil van de globale warmte-isolatie van het gebouw weer. In tegenstelling tot het E-peil, wordt het K-peil berekend voor het gebouw als geheel.

Waar wordt isolatie overal toegepast?

Isolatie is het vertrekpunt binnen een goede constructie. Het vermindert aanzienlijk uw energiefactuur en het verbetert uw leefcomfort.

- Dakisolatie mag zeker niet ontbreken in uw woning.

  • Aarzel niet om 15-20 cm minerale wol te plaatsen of 10-14 cm polyurethaan (of vergelijkbaar) als u over voldoende plaats beschikt.

  • Schenk voldoende aandacht aan de Rd-waarden (= warmteweerstand). Hoe groter deze waarde, hoe beter het materiaal isoleert.

    • Rd-waarde wordt berekend door de dikte van het nieuw geplaatste materiaal te delen door de lambdawaarde (= warmtegeleidbaarheid) van het materiaal (deze lambda-waarden zijn vastgelegd in een norm).

- Buitenmuurisolatie:

  • ​U brengt in de spouw of aan de buitenzijde van de muur een isolatie aan van minstens:

    • 4-6 cm glaswol, rotswol of geëxpandeerd polystyreenschuim

    • 4-5 cm geëxtrudeerd polystyreenschuim of polyurethaanschuim

- Vloerisolatie:

  • U brengt minstens 3-5 cm isolatiemateriaal aan, aan de onderzijde van de draagvloer of tussen de draagvloer en de gewapende dekvloer.

- Hoogrendementsbeglazing:

  • Enkel en dubbel glas vervangt u het best door hoogrendementsglas. Hierbij vermindert het warmteverlies door via de ramen met 80 % in vergelijking met enkel glas.

Ook het buitenschrijnwerk is van belang.

- Buisisolatie:

  • U kunt de verwarmingsleidingen of de leidingen van het sanitair warm water isoleren.

- Radiatorfolie:

  • Achter radiatoren die voor een niet-geïsoleerde buitenmuur staan, kunt u radiatorfolie aanbrengen. Daardoor weerkaatst een groot deel van de warmte die anders in de muur verdwijnt.

- Ventilatiesystemeninfo-icon:

  • Ventilatie is noodzakelijk in een goed geïsoleerde woning. Het ventilatiesysteem zorgt voor voortdurende aanvoer van verse lucht en afvoerinfo-icon van vervuilde lucht. U streeft beperkt het best om zoveel mogelijk het energieverlies door ventilatie zoveel mogelijk te beperken. Bij een ventilatiesysteem met warmterecuperatie wordt een groot deel van de warmte van de afgevoerde lucht gerecupereerd en gebruikt om de koude luchttoevoer te verwarmen.

Isolatie in haar verschillende vormen ?

Isolatie is verkrijgbaar in de vorm van stijve voorgevormde panelen. De randen zijn voorzien van een sponninginfo-icon (met overkraging), van tand en groef of van rechte randen. Het plaatoppervlak kan geprofileerd of vlak zijn.

In België werden de laatste 25 jaar vooral de volgende isolatiematerialen gebruikt :

  • geëxpandeerd polystyreen (EPS) : EPS of te wel piepschuim (isomo) is één van de meest verkochte producten in België. We kennen vooral de donkere (grafiet) vorm van EPS die een hoge isolatie waarde biedt. Het product is snel te verwerken, biedt een hoge brandveilige SE-kwaliteit (zelfdovend) en is 100 % recycleerbaar. Doordat het product zo drukvast is, kan het in vele constructiedelen verwerkt worden. Schimmels en bacteriën krijgen absoluut geen kans.

  • minerale wol (MW) of rotswol : We onderscheiden hierbij 2 types. De zogenaamde “slab” en het “lamella” wol type. Voor het “slab” type lopen de vezels evenwijdig aan het oppervlak en voor het type “lamella”, is dit loodrecht. De slab is een stevige, onbeklede water afstotende steenwolplaat die een doorgedreven druksterkte heeft. Hierdoor wordt bij het aandrukken van de rozetten voorkomen dat er een golvend effect wordt gecreëerd. Daarbuiten behaalt de slab ook nog eens een goede akoestische waarde. Het type “lamella” herkent u meestal door een eenzijdige versterkte aluminium laag. Dankzij hun soepel karakter, worden deze vaak toegepast op luchtkanalen, leidingen, apparaten,…

Naast de gestandaardiseerde vormen van isolatie, bestaan ook nog:

  • synthetische producten:

    • geëxtrudeerd polystyreen (XPS)

    • polyurethaanschuim (PUR)

    • resolschuim (PF)

  • cellenglas (CG), schuimglas of foamglas: wordt meestal verwerkt in muurvoeten wegens zijn druksterkte, brand­gedrag en vochtgedrag (waterabsorptie ~ 0, waterdampdoorlatendheidsweerstand µ = ∞).

  • Houtvezel (WF) of geëxpandeerde kurk (ICB )(natuurlijke look),…

Wat is het verschil tussen een koudebruginfo-icon en een bouwknoopinfo-icon?

  • Een koudebrug is een plaats in een constructiedeel (vloer, muur, dak, venster) waar de thermische isolatie die zich tussen 'binnen' en 'buiten' bevindt, onderbroken wordt. Op plaatsen waar twee isolatiematerialen niet op elkaar aansluiten, verlies je warmte uit het gebouw. De binnen omgeving van de koudebrug koelt daardoor plaatselijk sterk af en er is een grotere nood aan warmte.

  • De term 'bouwknoop' slaat opbetreft :

    • de lineaire verbindingen tussen de verschillende scheidingsconstructies die deel uitmaken van het verliesoppervlak van een gebouw

    • de lineaire en puntvormige onderbrekingen in de isolatielaag van de scheidingsconstructies, voor zover ze niet eigen zijn aan de scheidingsconstructies (spouwhaken, skelet, ...).

In het nieuwe reglementaire kader worden koudebruggen met andere woorden onderverdeeld in bouwknopen enerzijds en onderbrekingen in de isolatielaag die deel uitmaken van de scheidingsconstructie anderzijds.

Lexicon: Wat betekenen volgende courante terminologieen?

  • K-peilinfo-icon: het isolatiepeil van een woning of een ander gebouwwooneenheid, kantoor -, utiliteit -, of schoolgebouw

    • Het K-peil houdt rekening met het warmteverlies door de buitenmuren, de daken, de vloeren, de vensters ... en met de compactheidinfo-icon van het gebouw.

  • U-waarde: de isolatiewaarde van een constructiedeel (bijv.: dak, muur)

    • Een U-waarde wordt uitgedrukt in W/m²K. De U-waarde van een constructiedeel geeft aan hoeveel warmte er per seconde en per vierkante meter verloren gaat als het temperatuurverschil tussen binnen en buiten 1°C is. De U is het symbool voor de warmtedoorgangscoëfficiënt. De U-waarde wordt bepaald door de verschillende materiaallagen waaruit het constructiedeel bestaat: dikte en lambdawaarde van elk materiaal.

  • Lambda-waarde (λ): de isolerende waarde van een materiaal

    • De lambda-waarde geeft de warmtegeleidbaarheid van een materiaal aan. Ze wordt uitgedrukt in W/mK. Hoe hoger de waarde is, hoe beter de warmte geleid wordt en dus hoe minder goed het materiaal isoleert.

    • Dat betekent niet dat materialen met een lage lambda-waarde altijd beter isoleren dan een materiaal met een iets hogere waarde. De hogere (slechtere) waarde kan gecompenseerd worden door de dikte van het materiaal.

  • R-waarde en hoe R-waarde berekenen

    • De R-waarde geeft het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag aan, vaak gebruikt als isolerende waarde van dubbelglas, muren, vloeren, daken. De R-waarde is de warmteweerstand van een materiaallaag en wordt uitgedrukt in m2K/W. Hoe groter R, hoe groter de weerstand die de warmtedoorgang ondervindt en hoe beter het materiaal isoleert.

    • De berekening van de R-waarde is afhankelijk van de materialen waaruit de te onderzoeken constructie bestaat. De materiaaldikte, in meter, wordt gedeeld door de λ-waarde (de warmtegeleidingscoëfficiënt). Hoe hoger de waarde, hoe beter de isolatie, een dubbel zo dikke laag heeft proportioneel ook een dubbel zo goede warmteweerstand.

      • De formule is R = d/λ waarbij:

        1. R = warmteweerstand in m2 K/W

        2. d = dikte van het materiaal in m.

        3. λ = warmtegeleidingscoëfficiënt in W/m K

      • Voorbeeld: Een isolatiemateriaal met een dikte van 8 cm (= 0,08 m) en een λ-waarde van 0,030 geeft een R-waarde van 2,66 m2K/W (0,08 / 0,030)

Waar kan ik terecht voor technische informatie over isolatiematerialen ?

De lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van NBN B 62-002 en zijn terug te vinden op de site van de Belgische Unie voor Technische goedkeuring in de bouw: www.butgb.be (er wordt een nieuw venster geopend).

Wanneer heeft de gebruikte dakisolatie een voldoende Rd-waarde voor het bekomen van de premies ?

De berekening van de R-waarde hangt af van het soort materiaal en van de dikte van het materiaal. Hoe dikker de laag, hoe groter de weerstand, hoe groter de R-waarde, hoe beter de isolatie.

  • U kunt zelf de R-waarde berekenen van het gewenste isolatiemateriaal. Daarbij hebt u volgende gegevens nodig:

    • De formule voor de warmteweerstand R = d / lambdawaarde met :

      1. R = warmteweerstand in m2 K/W

      2. d = dikte van het materiaal in m.

      3. lambda = warmtegeleidingscoëfficiënt in W/m K

      • Dit is een materiaaleigenschap en staat op de verpakking van het materiaal of u vraagt dit na bij de leverancier.

      • U kunt dit ook opzoeken op de website van de BUTG (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw) http://www.butgb.be/

Voorbeeld:

  • Een isolatiemateriaal met een dikte van 8 cm (= 0,08 m) en een lambda-waarde van 0,030 geeft een R-waarde van 2,66 m2K/W (0,08 / 0,030).

  • Het is dus noodzakelijk om na te gaan welke lambda-waarde het gebruikte isolatiemateriaal heeft. De afwerkingsplaten/-materialen worden niet in rekening gebracht. U vindt bijkomende informatie over dakisolatie op onze website: http://www.energiesparen.be/zuinig_met_energie/dakisolatie

    (bron: Het Vlaamse Energie Agentschap. Via volgende link vindt u tal van subsidiemodulen omtrent isolatie)

Wat is een dakisolatie norm ?

De dakisolatienorm treedt in werking op 1 januari 2015. Geleidelijk aan zal het ontbreken van dakisolatie zwaarder doorwegen op de globale beoordeling van de woningkwaliteit. Hierdoor zal vanaf 2020 de afwezigheid van dakisolatie volstaan om een woning ongeschikt te laten verklaren, waardoor ze ook niet meer verhuurd mag worden. Er wordt het best niet gewacht met isoleren want nu kan er nog maximaal beroep gedaan kan worden op premies en fiscale voordelen.

Voor welke woningen?

De norm zal gelden voor alle zelfstandige woningen gelegen in het Vlaamse Gewest.

  • De dakisolatienorm zal dus ook van toepassing zijn op zelfstandige woningen die door de eigenaar zelf worden bewoond.

  • De dakisolatienorm zal toegepast worden op eengezinswoningen, studio’s en appartementen, maar niet op kamers.

Waar ligt de grens?

Als minimumnorm wordt een R-waarde dakisolatie van 0,75m² K/W genomen. Dit stemt overeen met een laag specifiek isolerend materiaal van 3 à 4 cm (maar dit verschilt naargelang het materiaal dat wordt gebruikt). Als isolatiemateriaal wordt beschouwd: de materialen die een lambdawaarde hebben van hoogstens 0,10 W/mK. Een geïsoleerde zoldervloer bij onverwarmde en onbewoonde zolder, wordt als geïsoleerd dak beschouwd.

Er wordt enkel rekening gehouden met feitelijke vaststellingen. Dat betekent dat er vanaf 1 januari 2015 alleen strafpunten worden toegekend als:

  • Het Energieprestatiecertificaat (EPC) een feitelijk vastgestelde R-waarde vermeldt lager dan 0,75 m² K/W. Er wordt dus geen rekening gehouden met default-waarden.

  • Uit feitelijke vaststellingen van de technische onderzoeker woningkwaliteit blijkt dat er geen dakisolatie aanwezig is. De technische onderzoeker woningkwaliteit zal dit alleen zelf beoordelen als het EPC niet beschikbaar is of als het EPC enkel een default-waarde vermeldt.

Voor het toekennen van de strafpunten wordt een onderscheid gemaakt tussen daken kleiner en daken groter dan 16m². Er wordt tevens een fasering in de tijd voorzien, waardoor geleidelijk aan meer strafpunten worden toegekend.

De gefaseerde invoering ziet er als volgt uit:

  • Strafpunten voor daken kleiner dan 16m² met R-waarde lager dan 0,75m²K/W

    • 1/01/2015 t.e.m. 31/12/2017: 1

    • 1/01/2018 t.e.m. 31/12/2019: 3

    • Vanaf 1/01/2020: 9

  • Strafpunten voor daken groter dan 16m² met R-waarde lager dan 0,75m²K/W

    • 1/01/2015 t.e.m. 31/12/2017: 3

    • 1/01/2018 t.e.m. 31/12/2019: 9

    • Vanaf 1/01/2020: 15

Vanaf 15 strafpunten kan een woning ongeschikt worden verklaard, aangezien ze niet voldoet aan de wettelijke normen.

Let op:

Als het dak van een appartementsgebouw niet voldoet aan de vastgestelde minimumnorm, zullen alle appartementen in het gebouw vanaf 1 januari 2015 evenveel strafpunten krijgen. Het dak is immers een gemeenschappelijk deel van het appartementsgebouw en gebreken aan de gemeenschappelijke delen worden doorgerekend aan alle woningen in het gebouw. Dat betekent dus dat een appartement op het gelijkvloers eveneens strafpunten krijgt als blijkt dat het appartement onder het dak onvoldoende dakisolatieheeft en dit ongeacht de eigendomssituatie.

(bron: Het Vlaamse Energie Agentschap)

Hoe evolueert isolatie en waaraan kunnen we ons verwachten ?

Alle isolatieproducten voor de particuliere markt verkochten in van 2006 tot 2011 duidelijk beter, met jaarlijkse groeipercentages inzake isolatievolumes van 10 tot 20 %. In 2012 stabiliseerde de groei. Er wordt wel steeds dikker geïsoleerd. Gevelisolatie steeg tussen 2007 en 2013 van 58 naar 112 mm (minerale wol). De gemiddelde isolatiedikte in daken groeit met ongeveer 1 cm per jaar. Die tendens zal vermoedelijk nog enkele jaren duren. De gemiddelde dikte van dakisolatie zit in 2013 aan ongeveer 18.5 cm, ten opzichte van 11 cm in 2004 (minerale wol). De laatste 2 jaar stabiliseert de markt zich op die dikte. De markt van vloerisolatie groeit ook snel.

Een opvallende trend sinds eind 2012 is dat er massaal geïnvesteerd wordt in de na-isolatie van spouwmuren. Het potentieel aan ongeïsoleerde spouwmuren is groot (>500.000 woningen in Vlaanderen). In 2013 werden er ruim 15.000 na-isolaties uitgevoerd. De volgende jaren wordt een verdere snelle groei verwacht.
(bron: Isolatieraad CIR, Extra Muros, Essencia)