De milieu-indicatoren in TOTEM

Door BE LB
16 januari 2017
De milieu-indicatoren in TOTEM
Leefmilieu Brussel
Om te zorgen voor conformiteit met de bestaande Europese initiatieven op het gebied van de milieubeoordeling van gebouwen en bouwproducten, heeft de TOTEM-methode rekening gehouden met de recente Europese normen die werden voorgesteld door het CEN TC 350 en met de aanbevelingen van het Europese onderzoeksinstituut "Institute for Environment and Sustainability” (JRC) op het gebied van

milieu-indicatoreninfo-icon en impactmethodes.

Uit een enquête is echter gebleken dat de Europese milieu-indicatoren (CEN) alleen te beperkt waren. Er werden aanvullende milieu-indicatoren gekozen om alle Belgische beleidsthema’s te dekken en om een zo volledig mogelijk inzicht te krijgen in de milieu-impactinfo-icon van gebouwelementen.  Over de toegevoegde milieu-indicatoren werd een afzonderlijk rapport opgesteld, met als titel "CEN+ indicatoreninfo-icon". 

In de TOTEM-bepalingsmethode zijn de tewee ondersraande milieu-indicatoren opgenomen: 

I.   De CEN indicatoren:

  • Klimaatverandering 

    Beoordeling van de uitstoot van gassen die bijdragen tot het broeikaseffect. Het broeikaseffect leidt tot veranderingen van het klimaat van de Aarde, en met name tot een verhoging van de gemiddelde temperatuur.

    De belangrijkste stoffen die hiertoe bijdragen zijn:

    • koolstofdioxide (CO2)
    • methaan (CH4)
    • chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's)
    • stikstofmonoxide (N2O)
  • Aantasting van de stratosferische ozonlaag 

    Beoordeling van de luchtuitstoot van de substanties die kunnen reageren met de ozonmolecules in de stratosfeer. De ozonmolecules, die de ozonlaag vormen, filteren de ultraviolette stralinginfo-icon (UV-B) die gevaarlijk is voor de mens en kankerverwekkend kan zijn.

    De belangrijkste stoffen die hiertoe bijdragen zijn:

    • chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's, HCFK's)
    • bestanddelen die met de stratosferische ozon kunnen reageren.
  • Verzuring van land en waterbronnen 

    Beoordeling van de luchtuitstoot van substanties die zich tot zuren kunnen omvormen (bv. zwavelzuur, salpeterzuur), die worden weggespoeld door neerslag (zure regen) en terechtkomen in het afvloeiings-, oppervlakte- en grondwater. Deze verzuring leidt tot een aantasting van het milieu en heeft een invloed op de fauna (dode vissen, ...) en de flora (afsterven van de vegetatie).